Interview met Astrid Seriese: “Ik geniet het meest bij het Tong-Tong-Podium”
Den Haag, 29 april 2008 -- Na een pauze van een paar jaar is Astrid Seriese weer terug. Met haar nieuwe cd The Wheel of Life oogstte de Indische jazz-zangeres lovende kritieken in de muziekpers. Speciaal voor het Tong Tong Festival schreef ze een nummer dat ze, naast songs van haar nieuwe cd, tijdens de 50e Pasar Malam Besar zal zingen in het Bintang-Theater.
Heeft de titel van je nieuwe cd, The Wheel of Life, nog iets te maken met het boeddhistische ‘wheel of life’?
“Nee, dat is echt toeval. (lachend) Ik ben er eigenlijk pas achter dat het iets uit het boeddhisme is. De titel van mijn cd verwijst naar het gelijknamige nummer van Chi Coltrane dat ook op de cd staat.”
Op je cd komt een actueel thema als multiculturaliteit terug, bijvoorbeeld in het nummer ‘Melting Pot’. In hoeverre heeft dat met je Indisch-zijn te maken?
“Sinds 9/11 en de moord op Van Gogh word ik constant bevraagd op mijn kleur. Dat was vroeger niet zo. De laatste jaren vraagt men echter heel vaak naar mijn afkomst. Bijvoorbeeld een taxichauffeur die zelf uit Irak of Iran komt en van mij wil weten wat mijn achtergrond is. En dan begin ik te vertellen; dat ik Indisch ben, dat mijn vader op 19-jarige leeftijd voor de KNIL naar Indonesië vertrok, dat hij mijn moeder in Yogya ontmoette, dat ze samen naar Nederland kwamen. Ik draag het graag uit dat ik Indisch ben. Met ‘Melting Pot’ wilde ik een ode aan de Indo brengen, een groep die zo voorbeeldig is geïntegreerd.”
Kun je wat meer vertellen over het nummer ‘Ibu Saya’, dat aan je moeder is opgedragen?
“Mijn moeder heeft veel voor me betekend. Ze was de spil van de familie, kreeg altijd iedereen bij elkaar, er was altijd wel iets te vieren. Daar wilde ik iets mee doen. Het werd ‘Ibu Saya’. Ik hoop het nummer ooit een keer in Indonesië te zingen op het Java Jazz Festival. Op die manier wil ik mijn moeder terugbrengen naar haar geboortegrond.
Het is inmiddels alweer zo’n elf jaar geleden dat ze overleed, maar de laatste tijd dringt dat zich erg aan mij op. Ik denk dat dat komt door het ‘mamaverhalenkoor’ waar ik een maand geleden mee ben gestart. Dit is een groep van zo’n twintig vrouwen van verschillende afkomst, uit Irak, Ghana, Georgië, Iran, noem maar op. Zij vertellen verhalen over waarom ze naar Nederland zijn gekomen, over hun kinderen, over hoop, over feesten die ze vieren. Ik maak van die verhalen liedjes, die deze vrouwen vervolgens gaan repeteren en zingen tijdens verschillende optredens in Den Haag.”
Je bent Indisch. Je bent geboren en getogen in Den Haag. Je hebt al vaker opgetreden op de Pasar Malam Besar, bijvoorbeeld tijdens de 45e editie toen je voor de koningin een gedicht van Vincent Mahieu zong, dat je zelf op muziek had gezet. Wat heb jij met de Pasar Malam Besar?
“Ik kom er al heel lang. Ik ken de Pasar nog uit de tijd van de Houtrusthallen. Ik vond het hartstikke leuk. Als kind werd je hartstikke vertroeteld door al die aardige mensen en kreeg je allemaal lekkere dingen. In de 25 jaar die ik in Amsterdam heb gewoond, ging ik niet meer zo vaak. Na het overlijden van mijn ouders is de Pasar steeds belangrijker geworden. Je vindt daar iets terug van het Indisch-zijn wat wegviel toen zij overleden. Vooral bij het Tong-Tong-Podium... Het liefst zit ik daar tussen die oudjes die zitten te genieten van het programma, van een hapje of van elkaars gezelschap. Heerlijk vind ik dat. Dan besef je dat die eerste generatie steeds kleiner in aantal wordt en er straks helemaal niet meer is.”
Wat betekent volgens jou het wegvallen van de eerste generatie voor het Tong Tong Festival als Indisch festival?
“Het Tong Tong Festival heeft een prachtig programma. Ik denk dat dat gewoon doorgaat. De jongere generatie neem het over en geeft er een eigen invulling aan. Ik zie het aan mijn neef. Hij zit in de muziek en haalt inspiratie uit de Indische cultuur.”
Je hebt je cd opgenomen met het Metropole Orkest. Het zit er vast niet in dat dezelfde muzikanten jou begeleiden in het Bintang Theater.
“(lachend) Nee, dat klopt. De begeleiding bestaat uit Sebastiaan Koolhoven op piano. Hij heeft de cd gearrangeerd. Verder Wim Essed op contrabas, Teije Hylkema op cello en Kim Weenhof op percussie. Misschien wel leuk om te vermelden is dat ik speciaal voor het optreden in het Bintang-Theater een lied heb geschreven op een tekst van Helga Ruebsamen, ‘Tinka’s lied’ heet het. Het gaat over de bastaarddochter van de opa van Helga Ruebsamen, Tinka, die meeging naar Nederland en maar één verlangen had: terug naar Indië.”
JESSICA BARO
Astrid Seriese, Bintang-Theater, zondag 25 mei, kort optreden tijdens het programma Kleurrijk Den Haag om 12.00 uur, en volledig optreden om 16.30 uur.

